De Helden

Afgelopen vrijdag zag ik De Helden van Josse De Pauw in de KVS. Mijn eerlijk oordeel? Een van teleurstelling. Misschien de schuld van het publiek dat geen seconde kon ophouden met hoesten; het ene dametje na het andere mannetje dat kuchte. Kan een auteur zeker verstoren in zijn vertoning, om zo in de flow te raken. Maar meer nog stoorde me de tekst, die alle kanten uitschoot. Van een (belabberd, banaal) metafysisch betoog over het werk van Schopenhauer, tot een poging om een verdrinking van een meisje poëtische allure te geven, tot een dierlijk roepen, tot een willekeurig (wikipedia)uitstapje naar het verleden. Tussen haakjes: wat Sophie De Schaepdrijver, de bekende historica die in Amerika leeft, precies aan onderzoek bijdroeg aan de tekst blijft een raadsel, ook en vooral na de voorstelling. Nochtans bleek Josse De Pauw onverbeterlijk zichzelf in zijn prestatie: een solide brok acteergraniet, een man die zijn lichaam helemaal controleert, en met een minimale mimiek de grootste nuances weet over te brengen –de psychotische naaktscène behoort daarom misschien niet toevallig tot het sterkste moment uit het stuk. Puur mens, puur miserie. En die stem van hem: muziek, vocaal goud, een publiek geluid. En toch. Net dat zorgde voor de afstand tot mij, het publiek: ik zag niet zozeer een personage dat worstelde met zijn misdaad –namelijk: geen held durven te zijn, te bang om te sterven, te laf om het offer te brengen– maar ik zag bovenal de acteur Josse De Pauw bezig. Ik herkende zijn manieren, zijn trucs, zijn manoeuvres, zijn stemverbuigingen; ik herkende niet de innerlijke worsteling van het hoofdpersonage, dat hij nochtans wilde oproepen in een (spijtig helaas) prachtig decor. Anders gezegd: Ik keek niet naar een verhaal, dat zich voor mijn ogen ontspon en mij meetrok in dat langzaam ontvouwend gekmakend universum van dood en schuld en verantwoordelijkheid, maar ik zag een vakman aan het werk –en dat vakmanschap bedekte alles, drong zich op, was te opzichtig en niet te negeren. Josse De Pauw, doorheen de jaren verworden tot een monument, wilde eigenlijk te veel en te makkelijk zichzelf zijn. Daarom voelde de tekst ook zo vreemd en flauw aan; die leek wel alleen geschreven om Josse De Pauw te kunnen laten gloriëren, de moraal, de creativiteit stond tweederangs te koop. Kan ook zijn dat ik gestoord raakte door die ene vervelende man achter mij, die luidop ademende door zijn neus als een Snorkel, maar dat geloof ik niet. Want het applaus nadien was allesbehalve indrukwekkend, net als het stuk natuurlijk zelf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *