De toekomst van België heeft een prijskaartje

Het is een cruciale week voor de Belgische politiek, nu de onderhandelaars weten hoeveel hun toekomstplannen kosten. Opnieuw is alles mogelijk: een akkoord of een communautaire oorlog.

De onderhandelingen slepen al meer dan 150 dagen voort en de hoop op een politiek akkoord is nog steeds zo goed als onbestaande. Daarvoor is het wantrouwen tussen de twee winnaars van 13 juni, de Vlaamse N-VA-voorzitter Bart De Wever en de Franstalige socialistische kopman Elio Di Rupo, nog te groot. Hardnekkig twistpunt blijft de financieringswet, die vastlegt hoeveel geld er naar de deelstaten gaat.

Ter herinnering: De Wever wil Vlaanderen en Wallonië zelf verantwoordelijk maken voor hun inkomsten en uitgaven; Di Rupo gaat in dat verhaal mee tot zolang de federale solidariteit, die elke Belg sociale bescherming garandeert, niet in gedrang komt.

Verborgen agenda
Om de impasse te doorbreken, stelde de koning twee geleden de Vlaamse socialist en gewezen vicepremier Johan Vande Lanotte aan als bemiddelaar. Zijn opdracht? Het testen van “de verschillende hypothesen die zijn voorgesteld aangaande de financieringswet testen, ten einde de financiële gevolgen ervan voor het federale niveau en de gefedereerde entiteiten te voorspellen,” aldus het communiqué.

Vande Lanotte ging doortastend te werk. Eerst gaf hij alle zeven partijen de opdracht een financieringsplan bijeen te cijferen. Op die manier verplicht de Koninklijke opdrachthouder de onderhandelaars kleur te bekennen, en legt hij verborgen agenda’s bloot. Vorige week liet hij dan de voorstellen uitpluizen door de belangrijkste rekeninstituten van het land: de Nationale Bank van België en het Planbureau. Een onafhankelijke commissie van academici, drie Vlamingen en drie Walen, zag toe of alles correct verliep.

De partijen vernamen maandag alleen eerst het resultaat van hun eigen ‘examen’. Pas volgende week maakt Vande Lanotte alle resultaten bekend. Op die manier hoopt de Oostendenaar de cijfers voor zich te laten spreken, en de rationaliteit terug in het debat te brengen.

Vernedering
Of de bemiddelaar zal slagen? Moeilijk te voorspellen, want zijn manier van werken is niet zonder risico’s.

Wat als de plannen van één van de partijen volgens de rekeninstanties onrealistisch zijn? Is het gezichtsverlies aan de onderhandelingstafel dan niet navenant? Wanneer het N-VA of de PS overkomt, betekent dat ook definitief het einde van onderhandelingen. De vernedering zou psychologisch ondraaglijk zijn.

Cijfers verduidelijken ook niet alles. Als iedereen hetzelfde eindresultaat heeft, is de oefening van Vande Lanotte een maat voor niets. Want wie heeft er dan nog gelijk puur op basis van de uitslagen? Niemand en toch tegelijk iedereen. De verschillen mogen aan de andere kant ook niet onoverbrugbaar zijn. Anders breekt er de volgende weken gegarandeerd een cijferoorlog uit. Grote afwijkingen versterken bovendien de overtuiging dat er geen eensgezindheid bestaat over de financieringswet.

De horror
Een financieringsmodel is het wiskundige resultaat van variabelen, constanten en een matrix die alles bijeen klotst; de cijfers die Vande Lanotte bestelde zijn de uitkomst daarvan. Met andere woorden: discussiëren over cijfers is maar zinvol in het licht van het gehanteerde model, dat bepaalt hoe België economisch draait en op welke principes het land is gebouwd. Maar de keuze van architectuur is bij uitstek een politieke kwestie. Maar door de verschillende politieke visies volledig te objectiveren in wiskundige modellen, beperkt hij de subjectieve speelruimte die nodig is voor een akkoord. Want methodologisch kan je niet een deel van het ene model aanvullen met een deel van het ander, zonder het financiële evenwicht te verstoren. Terwijl politiek wel mensenwerk blijft, een kwestie ook van geven en nemen. De horror? Als N-VA en PS dezelfde eindbalans optekenen, terwijl beide modellen steunen op een totaal ander evenwicht.

En zelfs al boekt Vande Lanotte een succesje, dan nog zijn er een handvol thema’s die crisismateriaal zijn. Zoals het in evenwicht brengen van de staatsbegroting en het afbouwen van de overheidsschuld. Zoals de vergrijzing die dringend aangepakt moet worden. Zoals de vermaledijde kieskring B-H-V die maar niet gesplitst raakt. Zoals duizend en één andere zaken. Of België er uit komt? Om Tertullianus te parafraseren: “Ach, ik geloof erin, omdat het absurd is.”

(Deze blogtekst verscheen eerste op Geencommentaar.nl)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *