Elegie

Duinkerke.
Plek van wisselende identiteiten.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog, in 1658, op dinsdag 25 juni, veranderde het kuststadje driemaal van gedaante. Bij het ochtendgloren behoorde het nog tot het Spaanse rijk. Tegen de middag, na een verbeten veldslag, mocht Lodewijk XIV het claimen als Frans territorium, om het tegen zonsondergang af te staan aan de Engelsen, in een soort van verzoeningsgebaar.

Duinkerke.
Plek van heroïek.
In 1940, terwijl Hitler in een strak tempo Europa onder de voet loopt en richting Engeland oprukt, raken meer dan driehonderdduizend Britse en Franse soldaten op het strand omsingeld door de Duitse troepen. Tussen 27 mei en 4 juni kunnen de geallieerden echter ontsnappen, het Kanaal over, dankzij de hulp van burgers die op en af varen met plezierjachten en vissersbootjes, met risico voor eigen lijf en leden.

Duinkerke.
Plek van vreemde talen.
Er wordt Frans gesproken. Maar in de straatnamen en het lokaal accent schemert nog hard het West-Vlaams door. Hier en daar het Hollands. En het Engels. En het Spaans. Duits ook. Babel aan de Noordzee.

Duinkerke.
Altijd al een plek geweest voor vreemdelingen, migranten, passanten, ramptoeristen en radelozen.
Daarom: een elegie voor Duinkerke.
En voor zijn nieuwe, aangespoelde inwoners. Want zij ondergaan de hele geschiedenis in één keer.

 

(Verscheen eerder in De Standaard)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *