Ikea

Een jong koppel, kruiend in een vestiging van Ikea. Tot over de oren verliefd.

Zij: ‘Gezellig dit. Vind je niet? Samen dingetjes kopen.’
Hij knikt. En herinnert zich uit de krant: ‘Naar Ikea gaan is volgens een Amerikaanse psycholoog de ultieme relatietest. Velen falen.’

Zij, ondertussen enthousiast over alles: ‘Wat denk je van deze staande spiegel, voor de slaapkamer?’
Hij knikt. En charmeert met blinkende blik: ‘Pas in jouw ogen zie ik de toekomst gereflecteerd.’

Zij: ‘Gaan we voor een Bredskär snijplank of voor de Domsjö-variant?’
Hij knikt. En legt zijn hand op haar schouder. ‘Je hakt mijn ziel sowieso aan stukken.’

Zij: ‘Een ronde of een vierkante tafel?’
Hij knikt. En fluistert schalks in het oor: ‘Ik doe je op eender welke.’

Zij: ‘De opbergdozen met het roze motief, of eerder de grijze?’
Hij knikt. En drukt zachtjes in haar pols. ‘Mijn hart ligt toch voor eeuwig in jou geborgen.’

Zij: ‘De gordijnen dan. Latjes of doeken?’
Hij knikt. En mijmert. ‘Zolang de zon maar op je snoetje speelt.’

Zij, een beetje in de war: ‘Je zegt die dingen gewoon om niet te moeten beslissen, hé?’
Hij kijkt gespeeld verontwaardigd. Antwoordt: ‘Ik meen elk woord, schat.’ En denkt: ‘Een relatie lijkt op een Ikea-bouwpakket. Thuis begint de miserie pas.’

 

(Dit stukje verscheen eerder in De Standaard)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *