Jef Ulburghs

Priester en oud-senator Jef Ulburghs is op 88-jarige leeftijd gestorven. De ‘rode pastoor’ heeft zijn hele leven de kant gekozen van de verdrukten in de maatschappij.

de 'rode pastoor'

"Die zal later zijn weg in de wereld nooit vinden, dacht mijn moeder."

Wanneer de jonge Ulburghs in 1947 priester wordt, staat zijn gedacht vast. De jonge kapelaan wil tussen de mijnwerkers en migranten wonen en werken. Met de mensen één. Het bisdom Luik stuurt hem op eigen vraag naar Grâce-Berleur, in die tijd een industrierijk gebied in de Luikse provincie.

“Toen ik me moest klaarmaken om te vertrekken, vroeg mijn moeder wat ik wilde meenemen. Ik kwam met mijn legergamel aanzetten. Moeder heeft toen geweend. Die zal later zijn weg in de wereld nooit vinden, dacht ze”,  herinnert Ulburghs zich in Het belang van Limburg.

De beste jaren van zijn leven heeft hij naar eigen zeggen in Luik doorgebracht. Niet dat hij onmiddellijk aanvaard wordt. De arbeiders en de migranten wantrouwen de ‘zwartrokken’. Om te tonen dat hij één van hen is, koopt Ulburghs de eerste dag na zijn aankomst een werkpak.

Ulburghs, in 1922 in Zolder geboren, leert er als Limburger ‘Waals’ spreken. En de PS van dichtbij kennen.

Ulburghs, ongemeen kritisch voor de Linkse Kerk: “Ik heb in mijn jaren in Wallonië vooral het socialisme aan het werk gezien. Ik kon mij met dit socialisme niet identificeren. De PS-staat is gebaseerd op cliëntelisme, ook vandaag nog. De Parti Socialiste is een netwerk, een verstard netwerk dat sociale en economische problemen politiek vertaalt, en politiek gebruikt ”, vertelt hij in 2002 in een gesprek met Guido Fonteyn, journalist en Wallonië-kenner.

1962. Tegen zijn zin wordt Ulburghs benoemd tot aalmoezenier van de sociale werking in het geïndustrialiseerde Seraing. Het begin van een woelige periode. Maatschappelijk én persoonlijk.

De sluiting van de mijnen en het doven van de hoogovens van Cockerill, lokken bij de werkloze arbeiders sterke reacties uit. De communisten en de socialisten komen op straat om te betogen. Bevreesd om de toekomst, gevreesd door de politieke klasse. Er vallen doden, wanneer de politie moet uitrukken. Als de Katholieke Kerk de linkse acties daarop scherp veroordelen, is het hek helemaal van de dam.

De ‘rode pastoor’ raakt innerlijk verscheurd, weet niet welke kant te kiezen, weet ook niet welke kant niet te kiezen. “Tja”, getuigt hij, “ik moest bijna kiezen tussen Rome en Moskou, tussen trouw aan de hiërarchie en de uitdaging daarvan.”

Er komt een einde aan de twijfel. De keuze wordt in 1969 in zijn plaats gemaakt. Weer tegen zijn wil. Van het bisdom moet hij terugkeren naar het lijzige Limburg, zijn heimat. Hij zoekt onmiddellijk, bijna als een automatisme, de genegenheid en de warmte op van de Italiaanse gastarbeidersbuurten –zijn echte habitat.

De 'tedere dwarsligger'

Tussen de arbeiders en de migranten, daar moest je Ulburghs zoeken

Zijn volle baard dateert trouwens uit die periode. Een teken van verzet, noemt hij zijn handelskenmerk. Toen in 1976 twee Italiaanse boefjes werden veroordeeld voor wat kruimeldiefstallen en de rechter in kwestie naar de gehele Italiaanse gemeenschap in Limburg uithaalde, maakte Ulburghs zich luidop kwaad in de gerechtszaal. “Ik heb tegen de rechter gezegd dat hij zo’n mooie gemeenschap niet mocht veroordelen.” Voor ‘de eeuwige rebel’ het goed en wel door had, zat de pastoor zelf in het beklaagdenbankje –hij komt er met een waarschuwing van af. De Italiaanse gemeenschap herkent een medestander in de Belg.

In Limburg krijgt Ulburghs van de toenmalige bisschop Jozef Heusschen de ruimte om te experimenten met sociale vormingswerk. Vooral met zijn Wereldscholen oogst hij veel bijval. “De school, de universiteit zoals die toen bestond, was een van de elementen van onderdrukking: ze stoomden jongeren klaar voor het politieke en economische systeem. Met Wereldscholen wilden we daarvoor een alternatief bieden. We wilden in de vrije tijd aan permanente vorming doen. Studenten, arbeiders, professoren, mannen, vrouwen kwamen bij elkaar en geen enkel probleem was daar toe. De vorming en inzicht die je daar bereikte, werd gekoppeld aan een vorm van actie”, zegt hij daarover in een interview.

In die jaren interesseert hij zich steeds meer en meer in de derdewereldproblematiek. Hij richt een Internationaal Ontmoetingscentrum van Basisgroepen op, werkt samen met Broederlijk Delen en neemt in 1971 voor het eerst deel aan de UNCTAD-conferentie in Santiogo. Politieke vluchtelingen neemt hij in huis –een nieuwe wereld, een nieuw politiek ideaal begint met daden, niet met ideeën of principes, is zijn stelling. Vooral Kosovaren, Albaniërs en Macedoniërs vinden de weg naar zijn huis -voor hen een thuis.

In 1984 staat Ulburghs samen met andere bekende namen als Jeanne Brabants en Jef Geeraerts op de verkiezingslijsten van de SP. Toenmalig voorzitter en lijsttrekker Karel van Miert wilde met deze uitdagende keuze de socialistische partij verruimen en nieuwe electorale bronnen aanboren. De socialistische voorman wilde de maatschappelijke zuilen ‘doorbreken’. Ulburghs, op dat moment al enkele jaren gemeenteraadslid van Genk, kiest voor de slogan ‘Kristen en toch socialist’.

Met succes. De priester raakt verkozen in het Europees Parlement. Zijn riante wedde als EP-lid stort hij voor een groot deel door naar een Sociaal Fonds waarmee allerhande maatschappelijke projecten worden gefinancierd. Maar wanneer er in 1989 opnieuw Europese verkiezingen zijn, wordt hij wegens ‘te oud’ van de lijsten geweerd. Ulburghs, toen 67, krijgt van  Louis Tobback, de voorzitter van de partij, te horen dat zestigplussers alleen nog maar geschikt zijn om postzegels te plakken op verkiezingspost.

Daarop maakt Ulburghs zijn overstap naar Agalev (nu Groen!) en sleept in 1991 een Senaatszetel uit de brand. Maar uit verschillende interviews uit die tijd blijkt dat politiek eigenlijk zijn ding niet is. Hij stelde zich telkens kandidaat omdat zijn basis dat vroeg –een basis waartegen hij geen neen kon zeggen, een basis die hij niet wilde teleurstellen.

Ulburghs begint ook te schrijven. Vooreerst zijn memoires ‘De eeuwige rebel’ –waarvan Walter Pauli opmerkt dat ze bijzonder mild zijn voor de auteur. Maar ook over zijn reizen naar Israël, Kosovo, Macedonië. En over de geschiedenis van de Kluis, een bedeplaats in Bolderberg die hem inspireert tot bidden.

In de nacht van 31 augustus op 1 september sterft Ulburghs. Aan ouderdom, uitgeteerd door de kanker. Een kleine week daarvoor was hij opgenomen in het ziekenhuis, maar hij wilde thuis sterven -dat was zijn laatste wens. Ulburghs: een mooie, eerlijke man, met het hart en de tong op de juiste plaats -bij de zwakkere. Dat hij in vrede mag rusten -tedere dwarsligger.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *