Josefien

Kleine hommage aan een grote vrouw: mijn zus.

Eigenlijk heet ze Josefien. Maar iedereen noemt haar Fien. Of Fientje. Maar voor mij blijft ze: zusje. In verkleinwoord. Want ik ben de oudste en de grootste (van drie) en zij de jongste en de kleinste. En toch toornt zij boven mij uit, met kop en schoudersdoor haar zachtaardig en betrouwbaar karakter, zeker in vergelijking met mijn soms egoïstisch temperament. En dezer dagen kan het verschil zelfs niet groter. Ik moet, net als de rest van het land, binnenblijven door het coronavirus dus klaag ik over het vertraagd internet, over de politiek en over het gebrek aan toiletpapier, terwijl zij elke dag haar werk doet, écht werk -ouderen verzorgen in een home, onder soms heftige omstandigheden (afdelingen in quarantaine, ongeruste en verveelde bewoners, onderbezetting van personeel, lange uren, uitputtende dagen, en het akelige, niet te kwijnen besef van de dood, die als een schim door de gangen dwaalt maar zich nooit van kamer vergist). Gisteren bedacht ik me: ik weet niet hoe ze het doet, de energie vinden om die eindeloze keten aan kwaaltjes en ongemakken af te werken, wetende dat het nooit ophoudt -Sisyphusarbeid, maar dan met pampers, spuiten, mondmaskers en pillen. Ik weet niet hoe ze het doet, haar moed niet verliezen op een moment dat het perfect aanvaardbaar zou zijn, want voor iedereen wordt het op een bepaald moment te veel -maar zij incasseert, en blijft incasseren, plicht als heilig principe. Verplegers zijn fundamentalisten in naastenliefde. Ik weet niet hoe ze het doet, kalm blijven onder de huidige omstandigheden en het welzijn van een ander voorop zetten, met gevaar zelf ziek te vallen of opgebrand te raken. Alsof ze zichzelf niet belangrijk vindt. Maar één ding weet ik wel, en dat weet ik zeker: ik weet dat ik verdomd trots ben op haar (en op iedereen in gelijkaardige situaties, met gelijkaardige functies). Ik krijg een krop in de keel als ik denk aan dat kleine meisje met dat grote hart. Mijn zusje. Fientje. Maar eigenlijk heet ze Josefien, wat toepasselijk betekent: ‘God voorziet en maakt beter.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *