Koningin Elisabethwedstrijd

De Bozar, maandagavond. Muzikaal België verzamelt voor de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd. Op het programma: Prokofiev en Liszt, en de twee vingervlugge kandidaten uit het Oosten. 

Maar door de verhoogde veiligheidsmaatregelen (en de komst van het koningspaar) begint het concert iets later dan gepland. In de rijen, wachtend om binnen te mogen, staan allemaal deftig geklede mannen in maatpak, en vrouwen met parelmoeren kettingen, gesprenkeld in sterke parfums.

Grappig en tegelijk triestig om daarna diezelfde heertjes en dametjes gekruisigd te zien: de armen opzij gestrekt, de benen wat houterig open, terwijl een agent met een handscanner langs het lichaam zoemt – op zoek naar verborgen wapens. Maar enkel het goud en het zilverwerk rinkelt.

Het enige potentieel dreigende die avond? Een vuurwerk aan bombastisch gebulder.

En blijkbaar ook ik…

Wanneer ik aanschuif, geef ik braaf mijn mobieltje af. Laat met tegenzin snuisteren

in mijn lederen tasje, hoewel ik niets te verbergen heb. En ga, zoals mijn voorgangers, automatisch in houding staan – terrorisme disciplineert. Dan zwaait een bewaker met diezelfde handscanner langs mijn romp, benen, heup, armen en stopt ter hoogte van mijn rechterborst: een groen lichtje springt op oranje.

‘Jas open’, gebiedt hij. ‘Wat zit in dat zakje?’

Ik weet het begot niet. Tot ik een condoom zie steken. Geheel vergeten. Geheel rode kop meteen. Het hoesje bevat kennelijk metaal.

Hij dan, laconiek: ‘Dat is pas beveiliging.’

 

(Dit stukje verscheen eerder in De Standaard)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *