Ramadan

Vandaag begint de ramadan. En ik doe mee. Op mijn manier: ik blijf eten en drinken, in tegenstelling tot de moslims, en toch ga ik afzien, vasten, smekken naar voedsel en verlossing.

Want gisteren stapte mijn vriendin het vliegtuig op richting Miami, om mee te doen met een prestigieus pianoconcours.

Mijn lief: mijn brood en wijn. En dessert.

Maar nu dus voor het eerst sinds de relatie drie weken alleen. Hoe overleeft een simpele duif als ik die afstand?

Bij de ramadan gaat het om de beproeving, over het stalen van de wil en het weerstaan van de verleiding. Honger en dorst voedt daarbij de innerlijke mens.

Maar het werkelijke doel van die ascese? Een vorm van zuiverheid van ziel bereiken, een kristalheldere, puntgave gemoedstoestand, waarin het licht van buiten naar binnenvalt en in alle felheid kan fonkelen. De gelovige maakt zich leeg om de volheid van het goddelijke te stutten; hij draagt op nuchtere maag de hoogste macht.

En zoals God na de schepping afstand nam om de aarde te laten zijn in alle onvolkomenheid, zo neemt de gelovige afstand van het voedsel (zijn egoïstische, grijpgrage natuur) om God rustig in zijn huis welkom te heten. Schepper en schepping even gezellig bijeen bij een munttheetje.

Door mijn afwezig lief geloof ik weer.

Al hebben moslims natuurlijk makkelijk spreken: die mogen bij valavond beginnen eten. Dan pas begint het voor mij.

 

(Stukje verscheen eerder in De Standaard)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *