Vluchtelingencrisis

Zo van die dagen dat ik mijn geloof in de politiek verlies. Een humanitaire crisis in het Midden-Oosten en plots blijkt elke aangespoelde de grootste ramp in de geschiedenis van België.

Van die dagen ook dat partijleiders gewoon beter zwijgen en hun pedant gelijk inslikken, die dode mus in hun mond. In welk hoekje zit de medemenselijkheid verborgen, vraag ik me soms af? Onder welke steen in de Wetstraat ligt het erbarmen dood en begraven? Wie regelt de uitvaart?

Van die dagen dat ik echt bang ben van rechts en met een verkeerd soort medelijden links bezig hoor. Rechts dat in een tic nerveux de Andere-met-hoofdletter móét verdacht maken, nog voor Hij voet aan wal zette. Links dat vooral zelfbeklag toont, wenend dat het als oppositie niets vermag.

Van die dagen dat burgemeesters de boeken best sluiten. Opvang in ruil voor klusjes? Asielzoekers als dankbare honden. Straatvuil dat straatvuil mag opkuisen. Soort bij soort. Zoiets.

Van die dagen dat de demagogie van het scherm spat en dat ik blij ben dat ik verziend ben. Bril af en weg vadsigheid.

Van die dagen dat het onomkeerbaar lijkt. Wat precies? Alles. De hele reutemeteut. De mens, de wereld, God: allemaal verdorven. Allemaal verdwaasd. Allemaal even onbetrouwbaar.

Behalve cijfers. Die scheppen duidelijkheid. Sinds januari dit jaar staken meer dan 350.000 vluchtelingen de Middellandse Zee over. 3.500 migranten stierven onderweg of verdwenen spoorloos. Voor hen nooit meer van die dagen.

 

(Dit tekstje verscheen eerder in De Standaard)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *