Wilmots

Thuis loopt het konijn van mijn vriendin vrij rond. Niet zomaar een konijn, maar een Teddy Widder. Een ras bekend om zijn tam karakter.

Uiterlijk lijkt de rammelaar op een dikke, witte pluizenbal en op zijn rug staat onheilspellend een groot zwart kruis. De spitse oortjes hangen laag en door het lange haar voor zijn oogjes loopt hij lomp en plomp tegen alles aan.

Hij kan in een apart bakske kakken en kent zijn naam.

Twee weken geleden daalden zijn roze naakte balletjes neder en sindsdien staat het beest hitsig en vertonen mijn muren merkwaardige vlekken. Het zot zit in zijn kop.

Ik ga ook uitwandelen. Soms huppelt hij volgzaam langs de stoeprand. Andere keren trekt hij wild aan de lus.

Maar laatst kwam ik mijn Italiaanse buur tegen die zijn chihuahua uitliet – een schichtig bruin dingetje met pootjes als luciferstekjes en een bekje met bloedeloze tandjes. De man ziet me en lacht een brede grijs bloot. De overwinning tegen de Belgen nog indachtig.

Zijn hondje loopt vervolgens naar het ­konijn en begint nieuwsgierig te snuffelen en wat Wilmots niet vermocht, doet mijn duivel wel: plots de Italianen bespringen, het tempo versnellen, het gat vinden, ­scoren.

Ha.

(Oké, dat is niet echt gebeurd, maar ik heb de Teddy Widder maandagavond toch maar schoon laten poepen op zijn oprit. Mijn manier van een balletje rondspelen.)

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *