Jezus

Ik lijk op Jezus. Echt waar.

Zeker nu mijn haar wat langer hangt en ik een baardje draag. Ook qua lichaamsbouw gaat de beeltenis op: alle twee pezig en middelmatig gespierd (tenminste, als ik het levensgroot model in de kapel van mijn middelbare school mag geloven).
Tweede overeenkomst: beider hart marcheert niet naar behoren. Dat van hem was veel te groot, dat van mij sluit niet altijd even goed.
Derde punt van gelijkenis, en misschien wel het belangrijkste: ik ben op dezelfde dag als hij geboren, op 25 december. Toen Christus op de wereld kwam, stond hoog aan de hemel een fonkelende ster. Toen ik arriveerde, begon het te sneeuwen, voor het eerst in jaren op Kerstmis. Het land door het dolle heen.
Vierde argument: de aardse vader van Jezus, Jozef, werkte als timmerman, mijn vader kan met enkele planken het schoonste konijnenkot maken.
Vijf: mijn ouders raakten mij ook ooit eens kwijt in een drukke massa, en toen bleef ik even kalm als de jonge messias, die bij de tempel wachtte en het volk onderwees.
Zes: nu ik de dertig nader, voel ik dat mijn beste jaren komen.
Zoals gezegd dus: ik lijk op de zoon van God.
En dat stelt me bepaald niet gerust. Want wat gebeurde precies op de dag dat de Heiland stierf? God liet over de aarde een akelige duisternis nederdalen. En wat vond vrijdag plaats? Precies, een zonsverduistering. Nadert dus mijn einde? Prevel ik alvast een schietgebedje?’

(Dit stukje verscheen eerder in De Standaard)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *