Brieven: Reve komt tot leven

In Zeer Fijne Boy, negentien nooit eerder uitgegeven brieven van Gerard Reve, komt de Grote Volksschrijver opnieuw tot leven.

In zijn vierde brief aan Jef Rademakers, verstuurd in 1986, voegt Gerard Reve een bijna profetisch postscriptum toe: ‘Kan je deze brief indirect bewaren, of voor mij copiëren? Ik bedoel dat het toch zonde zoude zijn als hij verloren ging.’

Rademakers volgt het advies en bewaart de correspondentie jarenlang thuis, tot Sam De Graeve van uitgeverij B&L per toeval op de map met kladjes stoot en suggereert om de bijdragen uit te geven in een elegant boekje met roze kaft en rode letters, onder de titel Zeer Fijne Boy.

De brieven zijn grotendeels in die periode gestuurd en tonen een Reve die, voor mensen bekend met de figuur en zijn oeuvre, niet echt verrast. De auteur komt naar voren als een ijdeltuit, maar een ijdeltuit die het van zichzelf weet en met humor relativeert, en die ook beseft dat hij niet anders kan: als publiek persoon moet hij trouw blijven aan zijn eigen kokette imago.

Ook later in de brieven blijkt die gevoeligheid intact wanneer hij in 1993 een lijstje doorgeeft van de garderobe die hij zoekt voor een ander programma met Rademakers: ‘Nu de schoenen. Maat 45, donker en ouderwets, met nogal hoge maar nog net niet nichterige hakken.’

Dat programma, een soort terugblik op zijn leven terwijl Reve van Frankrijk naar zijn nieuwe woonst in België rijdt, kwam er echter niet om praktische redenen.

Zeer Fijne Boy is als titel ontleend aan de aanhef van de laatste brief, en de bundel bevat niet alleen heerlijke details zoals de bankrekeningnummer van Reve, ze toont vooral in gecondenseerde vorm alles wat de auteur zo kenmerkend maakt.

Zijn heerlijke eigenwaan: ‘de koningin wil alleen maar mijn boeken nog hebben.’

Zijn provocerende natuur, wanneer hij refereert aan Filip Dewinter van – toen nog – Vlaams Blok: ‘een heel jong, knap en altijd monter en hoffelijk persoon’.

Zijn melancholie die hij terloops laat vallen na een passage over legbatterijkippen: ‘onze moderne bestaan heeft iets gebroken’.

Gaat het boekje, versierd met quotes in het origineel handschrift, nieuwe fans opleveren? Neen, natuurlijk niet. Daarvoor is ook -met permissie- Rademakers als sparringpartner te onbekend. Maar voor Revianen en literaire acolieten kan het kleinood uitgroeien tot een soort reliek. Alsof hun Messias na vijftien jaar even uit de dood herrees.

(Deze recensie verscheen eerder, in licht gewijzigde vorm, in de boekenbijlage van De Standaard)

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *