Safranski: bange burger, briljant biograaf

Hij schrijft leesbare boeken over moeilijke filosofen, leert een gedicht per dag uit het hoofd, mag Cees
Nooteboom zijn boezemvriend noemen, maar ligt in de knoop met de moderniteit. Wie is Rüdiger
Safranski?

Rüdiger Safranski – archetype pijp­rokende filosoof met baard – mijdt de actualiteit in zijn werk. Wat ­vandaag speelt, wie het hoge woord voert, negeert de Duitser vakkundig in zijn ­indrukwekkende biografieën van Nietzsche en Heidegger, Schiller en Goethe.

Alsof de huidige eeuw, in alle oppervlakkigheid, schril afsteekt tegen al die diepzinnigheid uit het verleden.

Zijn laatste boek, Eenling zijn. Een filosofische uitdaging , lijkt dat contrast opnieuw aan te zetten. Pas in de slotbeschouwing onthult Safranski in een paar merkwaardige zinnen zijn agenda. Namelijk: het individu vrijwaren, aansterken. Want diens eigenheid staat blijkbaar op imploderen door het continue data-minen van overheden en commerciële giganten, tuk op surf-, koop- en leesgedrag.

In zijn woorden: ‘Nooit eerder zat de maatschappij de eenling zo op de huid als vandaag de dag, ze dringt met haar digitale spoken door tot ieder hoekje van de ziel.’

Sociale vervreemding

Wat is de remedie? Safranski doet wat ­Safranski goed kan: de geschiedenis van de wijsbegeerte zo levendig mogelijk presenteren, in de hoop een alternatief te tonen. In Eenling zijn doet hij dat via zeventien korte portretten van bekende figuren die elk op hun manier een methode vonden om zich van de rest te onderscheiden.

Voor Luther was het God die ‘een eenling van je maakte, omdat je hem als eenling moet ondergaan’. Rousseau zocht de eenzaamheid op, want dan ‘heeft de sociale vervreemding geen macht meer over hem’. Voor Diderot bleek het ware zelf dan weer een ‘leeg midden waar niets te vinden is dat houvast biedt. Waarheden vind je niet diep vanbinnen, maar buiten, in het sociale spel, in de vonkenregen van ideeën’.

Wat de moderne lezer daarmee aanmoet, laat Safranski handig in het midden, want het presenteren van een ‘sluitende theorie’ staat ­namelijk haaks op de levenslange opdracht om ‘elk voor zichzelf ­­te denken’.

Academisch lichtgewicht

Eenling zijn past in de onderneming die ­Safranski (77) zichzelf ook stelde in zijn eer­dere monografieën over de romantiek, het kwaad, de tijd: aantonen hoe een concept meerdere invullingen kreeg doorheen de ­geschiedenis.

‘Combineer dat met een vlotte schrijfstijl, feitelijke degelijkheid, en een ­pedagogisch vermogen, en begrijp dan waarom zijn boeken wereldwijd verkopen’, aldus essayist en docent Dirk De Schutter, die zijn studenten vaak aanraadt met Safranski te beginnen als inleiding op zijn lessen.

Toch geniet Safranski, ondanks verschillende literaire prijzen, onder professoren geen echte sterrenstatus. ‘Hij wordt niet als een filosoof-filosoof beschouwd’, weet De Schutter. ‘Als iemand met een oeuvre interessant genoeg voor een symposium. Iemand als bijvoorbeeld Peter Sloterdijk: een gevaarlijk, wild, bovenal origineel denker, die iets toevoegt aan de ­canon. Safranski legt deze eerder uit.’

Tweede lacune: hoewel hij naar verluidt ­elke dag een gedicht uit het hoofd leert, zitten in zijn kennis ook gaten. Bij Safranski lijkt het alsof de filosofie stopt in de jaren zestig, met als laatste grote uitschieter het existentialisme. Alles en iedereen wat daarna kwam – het structuralisme, het deconstructivisme, ­leidende figuren zoals Lacan, Derrida of ­Foucault – komen niet of nauwelijks aan bod.

Dat maakt Safranski niet per se tot een minder interessante auteur. Maar wie een boek schrijft over ‘Eenling zijn’ in de hoop het individu te redden, moet die filosofische tendensen tackelen die elke vorm van singulariteit onderuithalen.

Fatale gevolgen

Filosoof? Intellectueel? Bestsellerauteur? De titel maakt Safranski vermoedelijk niet veel uit. Hij begon zijn carrière trouwens als literatuurwetenschapper, met een verhoogde interesse in de Nederlandse letteren. Dat resulteerde in een samenwerking op toneel met Harry Mulisch en een levenslange vriendschap met Cees Nooteboom, die hij toevallig ontmoette in een Berlijnse boekenwinkel.

Een etiket dat hij dan wel weer met veel egards op laat spelden, is dat van cultuur­pessimist. Geboren aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, ten oosten van de Rijn, en als student nog zelfverklaard Maoïst ­geweest, evolueerde Safranski met het ouder worden tot een conservatieve stem in het ­publieke debat. En in tegenstelling tot zijn ­officiële publicaties neemt hij, eenmaal een microfoon onder de neus geschoven, geen blad voor de mond.

Te veel globalisering maakt de mens hysterisch, vindt hij. Veranderingen in de grammatica onder invloed van genderdiscussies noemt hij ‘een ongewenste moralisering van de taal’. Maar vooral met zijn uitlatingen over massa-immigratie bekende hij kleur. Zo voorspelt hij al enkele jaren de ‘zelfvernietiging’ van de Duitse cultuur door de ‘invasie’ en het tolereren van een ‘parallelle moslimsamen­leving’. Dat politici zoals bondskanselier Merkel en haar wir schaffen das -attitude Duitsland ­laten ‘vollopen’ noemt hij onomwonden een beleid met ‘fatale gevolgen’.

In intellectuele kringen werd die kritiek als ‘lui’ en ‘feitenvrij’ bestempeld, en werd de boodschapper afgedaan als de ‘nieuwe intellectuele avant-garde van extreemrechts’. Sindsdien lijkt het soortelijk gewicht van­ ­Safranski, in de bubbel van journalisten en ernstige opiniemakers, afgenomen.

Wrok en xenofobie

In zekere zin doet het aan Heidegger denken (die hij door en door kent). Door zijn steun aan het nationaalsocialisme in de jaren 30 verloor niet alleen de mens achter de filosoof veel van zijn krediet, maar raakte ook zijn oeuvre besmet. Niet dat iets gelijkaardigs dreigt voor Safranski, maar zijn duidelijke stellingnames, sommige voorbij het ­xenofobe, doen wel fundamentele vragen rijzen over de verhouding tot zijn eigen werk.

Hoe kan iemand die een geschiedenis van het kwaad schreef en het karakteriseerde als het resultaat van het ‘vrije bewustzijn’, zelf meestappen in een collectieve marsrichting die conflicten tussen bevolkingsgroepen ­eerder oppookt dan ontmijnt?

Hoe kan iemand die Goethe – misschien wel de meest kosmopolitische intellectueel van zijn tijd – tot in de kleine details portretteerde, zelf zo conservatief en benard door het leven gaan?

Hoe kan iemand Eenling zijn publiceren, met daarin de oproep om een authentiek ­leven te leiden, en tegelijk anderen (migranten, lgbti-personen …) de kans ontnemen om een volwaardig bestaan op te bouwen?

Op bizarre wijze lijkt Safranski de consequenties van zijn eigen oeuvre niet te vatten. Alsof hij al die boeken wel schreef, maar niet las.

Deze bespreking werd eerst in de boekenbijlage van De Standaard gepubliceerd.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *