Hegel: heerlijk onhelder

De Duitse wetenschapsjournalist Jürgen Kaube schreef een complexe biografie over een van de meest complexe filosofen: alsof Hegel lezen, besmettelijk is.

‘U weet dat het gemakkelijker is om op sublieme wijze onbegrijpelijk te zijn dan op een eenvoudige manier begrijpelijk.’

Zonder het allicht zelf te beseffen formuleert Georg Wilhelm Friedrich Hegel, in een brief naar een collega in 1808, misschien wel de meest ironische opmerking uit de geschiedenis van de filosofie. Uitgerekend hij die zich verloor in totale abstractie, waarschuwt een tijdgenoot voor dikdoenerij. Onleesbaarheid. Maar zo was hij: niet wars van tegenstrijdigheden, en toch overtuigd van het eigen gelijk. 

Dat leert de nieuwe biografie van Jürgen Kaube, Hegels Welt, sinds enkele maanden ook in het Nederlands te koop. De turf werd in Duitsland laaiend enthousiast onthaald en voerde een tijdlang de non-fictie bestsellerlijst aan. Het boek won ook een belangrijke internationale prijs.

Vooraf viel dat succes niet te voorspellen. En achteraf eigenlijk ook niet. Want Hegel, in 1770 in Stuttgart geboren en in 1831 in Berlijn gestorven aan cholera, lijkt vandaag totaal afwezig in het brede maatschappelijk debat. De auteur van onder andere Fenomenologie van de geest wordt nauwelijks nog geciteerd door publieke intellectuelen, en zijn grote analyses, bijvoorbeeld over het verloop van de geschiedenis, lijken ondertussen achterhaald. 

Muizenstront

Tweede reden waarom het succes van Kaube’s krachttoer mag verbazen: voor een biografie bevat deze opvallend weinig biografische gegevens. Hegel voelde bij leven de minste drang om over zichzelf te schrijven, en bovendien raakten veel brieven en geschreven documenten uit zijn jonge jaren verloren.

Gelukkig kan Kaube buigen op de herinneringen van leeftijdsgenoten waarmee Hegel hetgymnasium in Tübingen deelde – toevallig ook de grootste iconen van het Duits idealisme: de dichter Hölderlin en de filosoof Schelling. Door hun jeugd en leven te schetsen kan Kaube zijdelings ook Hegel tot leven wekken. Hoewel de drie niet echt een vriendenclubje vormden en verschilden van karakter –vooral de onstuimige Hölderlin stak schril af tegen ‘de oude man’, de bijnaam van Hegel – deelden ze wel dezelfde ambitie: ‘ze voelden dat ze op een keerpunt van de geschiedenis stonden waaraan ze met hun intelligentie een bijdrage wilden leveren’. 

Door een gebrek aan harde feiten focust Kaube, ter compensatie, op wat wél massaal voorhanden is: het geestelijke. In die zin schreef Kaube eerder een ideeën-biografie. Heel omstandig legt hij uit hoe het denken van de wijsgeer evolueerde: eerst aarzelend als reactie op de toenmalige tijdsgeest en vervolgens tot een autonome en indrukwekkende denktrant, die zich afzette tegen zowel de Verlichting als de Romantiek (maar die in zijn politieke analyses het hoofd boog voor het Pruisische gezag).

Maar veel van die passages, om die echt te begrijpen, vereisen een grondige filosofische voorkennis. En zelfs voor wie kan volgen, blijft het vaak te hooggestemd. Te intens. De grote debatten van destijds – bijvoorbeeld over de verhouding tussen rede, god, moraal – voelen nu steriel aan.   

Toch blijft de biografie overeind staan. Niet in de laatste plaats omdat Kaube zijn onderwerp vaak op zijn plek zet, en overtuigend aantoont dat een universele geest altijd ook een kind van zijn tijd blijft. Vrouwen, zo vond Hegel, hebben qua ambitie ‘genoeg aan het gezin’. En als recensent van andermans werk kon hij genadeloos uithalen: teksten die hem onlogisch leken, omschreef hij als ‘onsamenhangend kathedergezwam’, door elkaar lopend als ‘muizenstront en kaviaar’.

Revolutie

Wat zijn eigen teksten betrof, probeerde Hegel op systematische wijze te werken. Hij wilde namelijk aantonen dat op elk domein van het leven het rationele denken in omvang toenam. Dat zag hij bevestigd in de opgang van Napoleon, maar evengoed in de vele nieuwe manieren waarop de wereld destijds werd ontsloten: in afstand door de kolonisatie van Australië, in de diepte door het succes van de chemische wetenschappen.

Die ‘hoge frequentie’ van opeenvolgende ‘historische breuken’ zorgde bij Hegel niet alleen voor ‘gelaatstrekken die afgestorven leken’, aldus zijn tijdgenoten – alsof het lichaam in sneltempo veroudert wanneer de geschiedenis vaart maakt. Maar die complexe realiteit leverde vooral een complex oeuvre op, dat tot op vandaag nog lang niet al zijn geheimen prijsgaf. 

Misschien daarom dat moderne lezers de filosoof blijven waarderen. Hegel lezen, en Hegel niet snappen, biedt dan troost: vroeger was het evenmin eenvoudig.

Bovenstaande recensie verscheen eerst in (licht gewijzigde vorm) in de boekenbijlage van de krant De Standaard.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *